Uitspraak
200004938/1) reeds heeft bepaald dat voldoende gebleken is dat de natte winning van kalksteen geen redelijk alternatief is. Deze beroepsgrond treft derhalve geen doel.
Raad van State
Bij besluit van 11 januari 2005 verleende de provincie Limburg aan ENCI B.V. een vergunning voor het onttrekken van grondwater tot 1 januari 2010 ten behoeve van de winning van kalksteen, waarbij een eerdere vergunning uit 1993 werd ingetrokken. Stichting ENCI-STOP en het college van burgemeester en schepenen van Riemst stelden beroep in tegen dit besluit.
De appellanten voerden onder meer aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar alternatieve toepassingen van het grondwater, de omvang van de onttrekking, de juistheid van het geohydrologisch onderzoek, effecten op natuurwaarden zoals de Spaanse vlag en de Ecologische Hoofdstructuur, en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Verweerder stelde dat er een onherroepelijke ontgrondingsvergunning was en dat het geohydrologisch model en de natuurtoets adequaat waren uitgevoerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunningverlening terecht was en dat de bezwaren geen doel troffen. Het geohydrologisch onderzoek was voldoende onderbouwd, de natuurwaarden werden niet significant aangetast, en het besluit was adequaat gemotiveerd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor grondwateronttrekking door ENCI B.V. worden ongegrond verklaard.