ECLI:NL:RVS:2005:AU6380
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
In deze zaak heeft de rechtbank ’s-Gravenhage op 9 november 2005 het beroep van de vreemdeling tegen een vrijheidsontnemende maatregel gegrond verklaard en de opheffing daarvan bevolen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling geen belang heeft bij zijn eigen hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk is.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen grondslag was voor de detentie van de vreemdeling tussen 27 oktober en 1 november 2005. De minister had krachtens de Vreemdelingenwet 2000 het recht de vreemdeling de toegang te weigeren en hem te verplichten zich op een aangewezen plaats te bevinden. De wijziging van de detentieplaats raakt niet de grondslag van de maatregel.
De klacht van de vreemdeling over de gebrekkige zorg in het detentiecentrum Rotterdam, locatie Merwehaven, leidt niet tot gegrondverklaring van het beroep, omdat dit niet de rechtmatigheid van de maatregel zelf betreft. De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.