Uitspraak
200404751/1een oordeel gevormd over de vraag of de door verweerder gestelde beoogde realisering van woningbouw in het gebied "Schoenmakershoek-Oost", dat ten westen van de inrichting is gelegen, is aan te merken als redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling als bedoeld in artikel 8.8, eerste lid en onder c, van de Wet milieubeheer. Vast moet worden gesteld dat de onderhavige situatie uitsluitend wat betreft de status van het uitwerkingsplan stedelijke regio Breda-Tilburg anders is dan die in voornoemde procedure. Voorts moet worden vastgesteld dat anders dan in voornoemde uitspraak is overwogen op een deel van de percelen waarop de plannen voor toekomstige woningbouw betrekking hebben een voorkeursrecht krachtens de Wet voorkeursrecht gemeenten is gevestigd. De Afdeling ziet hierin geen aanleiding voor een ander oordeel dan in voornoemde uitspraak vervat en komt daarom mede onder verwijzing naar de overwegingen in die uitspraak tot het oordeel dat verweerder de mogelijk bestaande plannen voor toekomstige woningbouw ten onrechte bij de beoordeling van de aanvraag om vergunning heeft betrokken en de vergunning ten onrechte hierom heeft geweigerd.