ECLI:NL:RVS:2005:AU2132
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor rundveehouderij ondanks bezwaren milieu en procedurele aspecten
Bij besluit van 9 november 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond een vergunning verleend voor een rundveehouderij. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer wegens vermeende onduidelijkheden in de aanvraag, onvoldoende milieumaatregelen en vermeende overschrijding van de beroepstermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet-ontvankelijk verklaard kon worden wegens te late indiening, maar dat vanwege het niet toezenden van het besluit aan de gemachtigde van appellant dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidde. Verder werd geoordeeld dat de aanvraag voldoende duidelijk was en voldeed aan de eisen van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
Ten aanzien van milieumaatregelen oordeelde de Afdeling dat de voorschriften omtrent de opslag van kuilvoer, waaronder vloeistofkerende bodems en afdekking, toereikend waren om bodemverontreiniging te voorkomen. Ook werd bevestigd dat de vergunning terecht kon worden verleend op grond van artikel 7, eerste lid, onder b, van de Wet ammoniak en veehouderij, omdat de veehouderij direct voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet ammoniak en veehouderij een melkrundveehouderij was en de ammoniakemissie na uitbreiding binnen de toegestane grenzen bleef.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor de rundveehouderij wordt ongegrond verklaard.