Uitspraak
200103672/1, heeft de Afdeling het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 15 juni 2001 vernietigd.
Raad van State
Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Groningen waarin de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai op hun woningen werd vastgesteld. Het betrof een hogere waarde dan de standaardnorm, in verband met de reconstructie van de Rodeweg.
De Afdeling heeft vastgesteld dat appellanten voldoende gelegenheid hebben gehad om te reageren op nieuwe verkeersprognoses en akoestische rapporten die na eerdere uitspraken zijn opgesteld. De Afdeling oordeelde dat het achterwege laten van een nieuwe hoorzitting niet heeft geleid tot schending van belangen of onzorgvuldige besluitvorming.
Verder is geoordeeld dat de reconstructie van de Rodeweg een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie vervult, ondanks dat nieuwe prognoses een lagere verkeersintensiteit voorspellen dan eerder aangenomen. De toepassing van het Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2002 en de volledige aftrek van 5 dB(A) op grond van artikel 103 van Pro de Wet geluidhinder zijn terecht toegepast.
Ook is voldoende onderzocht dat het gebruikte tweelaags zeer open asfaltbeton duurzaam is en de verwachte geluidreductie kan realiseren. Het beroep van appellanten is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van een hogere waarde voor de geluidsbelasting wordt ongegrond verklaard.