Uitspraak
200402061/1en 16 maart 2005, in zaak no.
200404021/1, komt bij de vergelijking van het oude met het nieuwe planologische regime geen betekenis toe aan de niet verwezenlijkte wijzigingsbevoegdheid in het oude regime. Daarbij is de mate van concreetheid van deze bevoegdheid niet van belang. Nu vast staat dat in het onderhavige geval de wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het voorheen geldende bestemmingsplan "Westwoud 1981" niet is verwezenlijkt, heeft de rechtbank terecht overwogen dat daarmee bij de planologische vergelijking geen rekening dient te worden gehouden en dat aan het besluit van 9 oktober 2003 in zoverre een onjuiste uitleg van artikel 49 van Pro de WRO ten grondslag ligt.
200400366/1, was in het onderhavige geval voor de totstandkoming van de koopovereenkomst sprake van een voldoende concreet en ter openbare kennis gebracht stuk waaruit een voornemen tot wijziging van het planologisch regime kon worden afgeleid.