ECLI:NL:RVS:2005:AU0108
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling en bouwvergunning voor garage op woonwagenterrein
Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren heeft op 4 november 2003 geweigerd appellant een vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een garage met een bruto-vloeroppervlakte van 24 m² op een perceel met bestemming 'Woonwagenterrein Ww'. Deze weigering werd bevestigd bij besluit van 3 mei 2004 en door de rechtbank Roermond op 23 december 2004.
Appellant stelde dat hem van rechtswege een bouwvergunning was verleend en dat de vrijstelling ten onrechte was geweigerd vanwege het ontbreken van precedentwerking. De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat het bepaalde in de oude Woningwet niet van toepassing was en dat het college het beleid hanteert om bebouwing op groenstroken te voorkomen ter bescherming van leefbaarheid en woonkwaliteit.
De Raad van State vond het beleid van het college niet onredelijk en stelde dat de belangenafweging, waarbij het voorkomen van precedentwerking prevaleert boven het belang van appellant, terecht was gemaakt. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen wegens de lange procedure werd verworpen, omdat het college consistent het standpunt had ingenomen geen vergunning te verlenen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.