ECLI:NL:RVS:2005:AT8429

Raad van State

Datum uitspraak
24 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200504373/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 WROArt. 8:81 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouw tijdelijke starterswoningen Almere

Het college van burgemeester en wethouders van Almere verleende in 2004 aan de woningstichting Groene Stad Almere een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van 56 tijdelijke starterswoningen op het perceel Wierdenpark in Almere. Verzoekster, de Belangenvereniging Houdt Haven Groen, maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad het beroep tegen deze besluiten ongegrond.

Verzoekster stelde daarop een verzoek om een voorlopige voorziening in bij de Raad van State om de uitvoering van de bouwvergunning te schorsen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde dit verzoek en overwoog dat besluiten in het algemeen uitvoerbaar zijn zolang er rechtsmiddelen openstaan, zeker als de rechter in eerste aanleg het besluit al heeft getoetst en het beroep ongegrond heeft verklaard.

De Voorzitter vond geen aanwijzingen dat de vrijstelling en bouwvergunning uiteindelijk niet in stand zouden blijven. De tijdelijkheid van de woningen was voldoende gewaarborgd en toekomstige woningbouwplannen na 2010 deden hieraan niet af. Ook was de aantasting van het groen beperkt gezien de ruime aanwezigheid van groen in de omgeving.

Gezien het belang van volkshuisvesting en het belang van de vergunninghouder om snel te kunnen bouwen, was er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouw van tijdelijke starterswoningen in Almere is afgewezen.

Uitspraak

200504373/2.
Datum uitspraak: 24 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de vereniging "Belangenvereniging Houdt Haven Groen", gevestigd te Almere,
verzoekster,
tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 05/351 en  05/352 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 april 2005 in het geding tussen:
verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Almere.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 29 september 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere (hierna: het college) aan de stichting "Woningstichting Groene Stad Almere (hierna: de woningstichting) vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) verleend voor de duur van vijf jaar voor het bouwen van 56 tijdelijke starterswoningen op een perceel (Wierdenpark) in gebied 1M2 te Almere. Bij besluit van 4 oktober 2004 heeft het college aan de woningstichting een bouwvergunning verleend ten behoeve van bovengenoemd bouwplan.
Bij besluit van 14 februari 2005 heeft het college het tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 april 2005, verzonden op diezelfde datum, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 17 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2005, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 17 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2005, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 juni 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [bestuurslid] bijgestaan door mr. M. Vink, advocaat te Almere, en het college, vertegenwoordigd door C.L. Aben, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is de woningstichting, vertegenwoordigd door [adjunct-directeur] daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt te meer, indien zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.
2.2.    In hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht, wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de vrijstelling en de bouwvergunning uiteindelijk niet in stand zullen blijven. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat geen aanknopingspunten zijn te vinden voor het oordeel dat de tijdelijkheid van de starterswoningen onvoldoende is gewaarborgd. De omstandigheid dat mogelijk in de toekomst ter plaatse woningbouw zal worden gepleegd, betreft plannen die zien op de periode na het jaar 2010 en moeten nog verder ontwikkeld worden en doen aan de tijdelijkheid van de thans in geding zijnde bouwwerken niet af.
Voorts wordt in aanmerking genomen dat de aantasting van het groen, gezien het in de directe omgeving in ruime mate aanwezige overige groen, beperkt is.
2.3.    Gelet hierop en de betrokken belangen, waaronder het belang van de volkshuisvestiging en dat van vergunninghoudster om op korte termijn een aanvang te maken met de bouw van de tijdelijke woningen, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Steinebach-de Wit
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2005
328.