ECLI:NL:RVS:2005:AT8406

Raad van State

Datum uitspraak
21 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200502656/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D. Dolman
  • S. Bechinka
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan sportcomplex Zutphen

Bij besluit van 28 juni 2004 stelde de gemeenteraad van Zutphen het bestemmingsplan 'Sportcomplex 't Meijerink' vast. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Gelderland, keurde dit plan goed bij besluit van 1 februari 2005. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze goedkeuring en vroegen de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter behandelde het verzoek op 6 juni 2005 en oordeelde dat het verzoek geen spoedeisend belang heeft. Dit omdat de gronden waar het sportcomplex gerealiseerd zou worden tot begin 2006 aan derden zijn verpacht, waardoor voorlopig geen uitvoering kan worden gegeven aan de bestemming. Ook was niet gebleken dat benodigde vergunningen waren aangevraagd of spoedig zouden worden aangevraagd.

De Voorzitter wees er bovendien op dat de Afdeling bij een eerdere uitspraak het besluit tot goedkeuring van een ander bestemmingsplan in Zutphen had vernietigd, wat verband hield met de verplaatsing van voetbalverenigingen naar het sportcomplex. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan voor het sportcomplex is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

200502656/2.
Datum uitspraak: 21 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 28 juni 2004 heeft de gemeenteraad van Zutphen het bestemmingsplan "Sportcomplex 't Meijerink" vastgesteld.
Bij besluit van 1 februari 2005, nr. RE2004.67522, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 18 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 29 maart 2005, beroep ingesteld. Bij brief van 18 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 29 maart 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juni 2005, waar [een van de verzoekers] in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. H.J.R.M. Nelissen, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn namens de gemeenteraad ing. H.S. Zuethoff en ir. A. Groen, ambtenaren van de gemeente, daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Het plan beoogt onder meer te voorzien in de verwezenlijking van een sportveldencomplex ten zuiden van de woonwijk Leesten.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd.
2.3.    Verzoekers stellen dat het bestreden besluit, voor zover dit betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Sportterreinen -R(s)-", ten onrechte is genomen en verzoeken om schorsing van het besluit in zoverre.
2.4.    Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de gronden waar het sportveldencomplex is voorzien, tot begin januari 2006 aan derden zijn verpacht. Naar niet in geding is kan gelet hierop voorlopig geen uitvoering worden gegeven aan voornoemde bestemming. Evenmin is gebleken dat eventuele voor het sportveldencomplex benodigde vergunningen zijn aangevraagd dan wel op korte termijn aangevraagd zullen worden. De Voorzitter verwacht dat de Afdeling in dit verband tijdig een uitspraak in de bodemprocedure zal doen. Gezien deze omstandigheden is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Daarbij wijst de Voorzitter er overigens nog op dat de Afdeling bij uitspraak van 8 juni 2005 in zaak no.
200405303/1het besluit van verweerder van 4 mei 2004 inzake de goedkeuring van het bestemmingsplan "Helbergen 2002" van de gemeente Zutphen, dat ziet op het verwezenlijken van een woonwijk op de plaats van twee naar het sportcomplex 't Meijerink te verplaatsen voetbalverenigingen, heeft vernietigd.
2.5.    Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.
w.g. Dolman    w.g. Bechinka
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2005
371.