ECLI:NL:RVS:2005:AT7998
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over ontheffing demping en oeverbescherming bij waterschap
Het college van dijkgraaf en heemraden van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier verleende ontheffing aan een houthandel voor het maken van een oeverbescherming en het dempen van delen van een sloot nabij het perceel van de houthandel. Appellanten maakten bezwaar tegen deze ontheffing, met name tegen de locatie van de beschoeiing en het ontbreken van een afzonderlijke aanvraag voor demping.
De rechtbank Haarlem oordeelde aanvankelijk dat het college de ontheffing onterecht had verleend, maar verklaarde het latere besluit van het college van 3 december 2003, waarin het beleid werd aangepast en ontheffing alsnog werd verleend onder voorwaarden, ongegrond. Appellanten stelden dat het dempen in strijd was met het bodembeschermingsgebied en dat de belangenafweging onvoldoende was.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was ontheffing te verlenen op grond van de Keur van het waterschap en het beleid zoals neergelegd in de Notitie Dempingen. Waterstaatkundige belangen staan centraal en natuur- en milieubelangen zijn niet doorslaggevend bij de ontheffing. Persoonlijke belangen van appellanten zijn betrokken, maar niet van zodanig gewicht dat ontheffing geweigerd moest worden. De keuze voor financiële compensatie in plaats van vervangende waterberging is voldoende gemotiveerd gezien het veenweidegebied en het aanwezige bergend vermogen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.