ECLI:NL:RVS:2005:AT7961
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen saneringsplan bodemverontreiniging
Verzoekster heeft bij verweerder een bestuurlijk rechtsoordeel gevraagd over de redelijkheid van haar saneringsplan voor bodemverontreiniging op een perceel. Verweerder wees het plan af en gaf opdracht tot het indienen van een aangepast plan binnen een maand en uitvoering binnen vier maanden na goedkeuring.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht vervolgens de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening om de opgelegde termijnen te schorsen totdat onherroepelijk op bezwaar en beroep is beslist. De Voorzitter overwoog dat de brief van verweerder als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moet worden aangemerkt, omdat het een bestuurlijk rechtsoordeel bevat dat rechtsgevolgen heeft.
Echter, verweerder heeft toegezegd niet handhavend op te treden voordat onherroepelijk is beslist, waardoor het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening ontbreekt. Daarom wees de Voorzitter het verzoek af en veroordeelde verzoekster niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het saneringsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.