ECLI:NL:RVS:2005:AT5654
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij aanwijzing grond volgens Wet voorkeursrecht gemeenten
Bij besluit van 5 april 2002 stelde het college van burgemeester en wethouders van Heiloo voor om percelen grond aan te wijzen op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). De raad van Heiloo wees deze percelen op 2 september 2002 aan. Appellante maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door de raad op 3 november 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit op 21 september 2004 ongegrond.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure trok zij haar beroep in voor perceel E1748. Voor perceel E1747 bleek dat dit perceel was opgenomen in een ontwerp-bestemmingsplan en dat het college van burgemeester en wethouders een voorstel had gedaan tot vervallenverklaring van het aanwijzingsbesluit van 2 september 2002, wat met ingang van 17 maart 2005 rechtskracht verkreeg.
Omdat appellante geen schade had geleden door het oorspronkelijke aanwijzingsbesluit en dit besluit inmiddels was vervallen verklaard, oordeelde de Afdeling dat zij geen rechtens te beschermen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht van € 205,00 aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.