ECLI:NL:RVS:2005:AT5099
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing handhavingsverzoek agrarisch bedrijf wegens schending hoorplicht
Bij besluit van 26 mei 2004 wees het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe het verzoek van appellant om bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen te treffen tegen een agrarisch bedrijf af. Appellant stelde dat de milieuvergunning van het bedrijf op grond van de Wet milieubeheer door het niet tijdig in werking brengen van de inrichting was vervallen.
Verweerder stelde dat de vergunning niet was vervallen omdat de inrichting binnen drie jaar in werking was gebracht, gesteund op verklaringen van de vergunninghouder en betrokkenen. Appellant voerde aan dat hij niet opnieuw was gehoord over deze nieuwe feiten, wat volgens artikel 7:9 Awb Pro een schending van de hoorplicht opleverde.
De Afdeling oordeelde dat de verklaringen waarop verweerder zijn standpunt baseerde na de hoorzitting waren verstrekt en van aanmerkelijk belang waren voor de beslissing op bezwaar. Omdat appellant hierover niet was gehoord, was het besluit in strijd met de hoorplicht tot stand gekomen en moest het worden vernietigd.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht; het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen.