Uitspraak
200202762/1, waarin beroepen inzake de partiële herziening aan de orde waren, heeft de Afdeling omtrent het karakter van de partiële herziening onder meer het volgende overwogen:
200202762/1, het uitgangspunt is opgenomen dat niet de gehele oppervlakte van het plangebied zal worden benut voor het baggerspeciedepot. Verder stellen de gemeenteraad, de SGLA en de BVV dat als gevolg van de onthouding van goedkeuring aan dit voorschrift een te weinig gedetailleerde bestemmingsregeling is ontstaan.
200202762/1, waarin beroepen inzake de partiële herziening aan de orde waren, heeft vastgesteld dat uit de partiële herziening voorvloeit dat, hoewel het gehele gebied binnen de begrenzing is aangewezen voor baggerstortactiviteiten, de feitelijke stortplaats slechts een deel daarvan zal innemen. Gelet hierop is de keuze van de gemeenteraad om naast het toekennen van de bestemming "Baggerspeciedepot" aan het gehele gebied van 92 hectare, zoals reeds in overweging 2.4.5. naar voren is gekomen, tevens een maximaal aantal hectaren voor de gezamenlijke oppervlakte van de gebieden waarin de baggerspecie feitelijk wordt gestort in het plan op te nemen, op zichzelf niet in strijd met het aanwijzingsbesluit.
200202762/1, nopen tot het opnemen van de precieze situering van de baggerstortplaats. Ook binnen het aanwijzingsbesluit bestaat geen mogelijkheid om binnen het plangebied de uiteindelijke situering van de feitelijke baggerstortplaats aan te duiden, aldus verweerder. Hij stelt verder dat de aanwijzing tot het vaststellen van een gedetailleerd bestemmingsplan slechts inhoudt dat de bestemmingen in het bestemmingsplan de baggerberging met bijbehoren rechtstreeks mogelijk moeten maken. Voorts bestaat er volgens verweerder nog geen duidelijkheid over de inrichting van het plangebied, nu de milieuvergunning nog niet is verleend.