ECLI:NL:RVS:2005:AT4258
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- W.H. Tulmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering handhaving bedrijfsactiviteiten D&F Engineering
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo weigerde handhavend op te treden tegen de bedrijfsactiviteiten van D&F Engineering op het perceel Horsterweg 153 te Ermelo. Het college stelde dat een rechtens onaantastbare vrijstelling was verleend, waardoor handhaving niet mogelijk was.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde de beslissing van het college, waarna het college hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de brief van 12 september 2001 waarin het college informatie gaf over een mogelijke binnenplanse vrijstelling geen besluit met rechtsgevolg was. Ook was het besluit van 11 september 2001 niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, zodat het niet in werking was getreden.
De Raad volgde de rechtbank niet in haar oordeel dat het bezwaarschrift betrekking had op het besluit van 11 september 2001, maar bevestigde dat het bezwaar gericht was tegen het besluit van 28 maart 2003 tot weigering van handhaving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.