Uitspraak
200408004/1heeft de Afdeling het door het college daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo wees een verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen de activiteiten van een vergunninghoudster op een perceel met bestemming Bedrijven B. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Zutphen verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde daarop het beroep ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat het college onrechtmatig van standpunt was veranderd en dat de activiteiten op het perceel niet strookten met het bestemmingsplan, omdat spuitgieten de kenmerkende activiteit zou zijn en niet de vervaardiging van verpakkingsmateriaal. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was om van standpunt te veranderen en dat het perceel volgens het bestemmingsplan bestemd is voor bedrijven die verpakkingsmateriaal vervaardigen. De Raad stelde vast dat de vergunninghoudster kunststof onderdelen van verpakkingen produceert, hetgeen binnen de bestemming valt.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat het gebruik van het perceel in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Ook andere aangevoerde argumenten behoefden geen bespreking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.