ECLI:NL:RVS:2005:AT0532

Raad van State

Datum uitspraak
10 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500809/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • I. Sluiter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning supermarkt te Breda

Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 13 november 2003 een bouwvergunning aan Kadans Vastgoed BV voor het oprichten van een supermarkt aan de Haagweg te Breda. Diverse partijen, waaronder Laurus Nederland BV en Supermarkt Tuinzigt BV, maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college grotendeels ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van Webi BV gegrond, maar verwierp de overige beroepen.

Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening om het gebruik van de supermarkt te verhinderen zolang het hoger beroep loopt. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de bouw van de supermarkt inmiddels voltooid was en dat verzoekers alleen een financieel belang hadden bij het voorkomen van gebruik, zonder dat sprake was van een acute financiële noodsituatie.

De Raad van State oordeelde dat er onvoldoende aanleiding was om aan te nemen dat de bouwvergunning onrechtmatig was en dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de supermarkt wordt afgewezen.

Uitspraak

200500809/2.
Datum uitspraak: 10 maart 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Laurus Nederland BV", gevestigd te 's-Hertogenbosch,
[verzoeker b]
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Supermarkt Tuinzigt BV",
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Webi BV" h.o.d.n. Super de Boer,
de vennootschap onder firma "Super de Boer Vugts V.O.F.",
alle gevestigd te Breda,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 december 2004 in het geding tussen:
verzoekers e.a.
en
het college van burgemeester en wethouders van Breda.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 13 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Kadans Vastgoed BV" (hierna: Kadans) bouwvergunning verleend voor het oprichten van een supermarkt op het perceel, plaatselijk bekend Haagweg 246-252 te Breda (hierna: de supermarkt).
Bij besluit van 11 augustus 2004, voorzover thans van belang, heeft het college het daartegen door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Laurus Nederland BV" (hierna: Laurus) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Webi BV" h.o.d.n. Super de Boer, (hierna: Webi) gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en dat van de overige verzoekers ongegrond.
Bij uitspraak van 28 december 2004, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank), voorzover thans van belang, het daartegen door Webi ingestelde beroep gegrond verklaard, dat van de overige verzoekers ongegrond en de door Webi gemaakte bezwaren, zelf voorziend, alsnog ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2005, hoger beroep ingesteld. Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 februari 2005, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. R.C. van Wamel, advocaat te Dordrecht, en het college, vertegenwoordigd door drs. C.T.M. Slingerland, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord Kadans, vertegenwoordigd door mr. A. Groenewoud, advocaat te 's-Hertogenbosch.
2.    Overwegingen
2.1.    Uitgangspunt voor de beoordeling van het verzoek is dat besluiten uitvoerbaar zijn, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het beroep daartegen ongegrond heeft bevonden.
2.2.    Vast staat dat de bouw van de supermarkt is voltooid. Voorzover verzoekers met het verzoek beogen te bereiken dat het gebruik van de supermarkt vooralsnog wordt verhinderd, wordt in aanmerking genomen dat verzoekers dienaangaande ter zitting hebben aangevoerd dat, indien de supermarkt hangende het hoger beroep in gebruik wordt genomen, dit bij hen tot inkomstenderving zal leiden. Aan het verzoek is aldus louter een financieel belang ten grondslag gelegd. Er is voorts geen reden om aan te nemen dat verzoekers als gevolg van de gestelde inkomstenderving in een financiële noodsituatie zullen komen te verkeren.
2.3.    In hetgeen verzoekers thans naar voren hebben gebracht is verder geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de bouwvergunning niet verleend mocht worden.
2.4.    Onder die omstandigheden bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb    w.g. Sluiter
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2005
292.