ECLI:NL:RVS:2005:AT0522
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming schade door kraaiachtigen wegens niet-tijdige aanvraag
Appellant verzocht het Faunafonds om een tegemoetkoming voor schade aan zijn gerst veroorzaakt door kraaiachtigen op een perceel te Borger. Het Faunafonds wees dit verzoek af omdat appellant het verzoek niet binnen de vereiste zeven werkdagen na constatering van de schade had ingediend en omdat hij te laat een ontheffing voor het doden van kraaiachtigen had aangevraagd.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De rechtbank stelde vast dat de schade vermoedelijk op of omstreeks 15 april 2002 was geconstateerd, terwijl het verzoek pas op 24 mei 2002 werd ingediend, wat te laat was volgens de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds.
Daarnaast oordeelt de Raad van State dat appellant niet tijdig een ontheffing heeft aangevraagd, die preventief of uiterlijk op de dag van constatering van de schade had moeten plaatsvinden. Het betoog van appellant dat een afschotontheffing in zijn regio niet effectief zou zijn, wordt verworpen omdat ook voor alternatieve maatregelen een ontheffing vereist is en deze niet tijdig is aangevraagd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.