ECLI:NL:RVS:2005:AS8437
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering terrasafscheiding in strijd met bestemmingsplan en welstandseisen
Het college van burgemeester en wethouders van Waterland legde appellant een dwangsom op om een terrasafscheiding op een perceel te Monnickendam te verwijderen wegens strijd met het bestemmingsplan en welstandseisen. Appellant stelde dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend omdat het college niet binnen de wettelijke termijn had beslist, maar dit verweer werd verworpen omdat het college tijdig een afwijzend besluit had genomen dat onherroepelijk was geworden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat geen uitzicht op legalisatie bestond en de terrasafscheiding niet voldeed aan het bestemmingsplan, dat voorschrijft dat gebouwen een dakhelling tussen 45 en 50 graden moeten hebben. De rechtbank had ook geoordeeld dat het advies van de commissie Stads- en Dorpsbeheer, dat de terrasafscheiding niet paste binnen het beschermde stadsgezicht, terecht was meegewogen.
Verder was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maakten. Het feit dat het dakterras niet zichtbaar was vanaf de openbare weg en dat buren geen bezwaar hadden, vormde geen reden om af te zien van handhaving. Ook het bezwaar van appellant dat het college het bezwaar onjuist had afgehandeld werd verworpen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de handhaving en verwijdering van de terrasafscheiding werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhaving van de verwijdering van de terrasafscheiding bevestigd.