ECLI:NL:RVS:2005:AS7247
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verlof en jachtakte wegens onvoldoende veilige bewaring wapens
Appellant had een verlof en jachtakte voor het bezit van vuurwapens die door de Korpschef van de regiopolitie Limburg-Noord zijn ingetrokken wegens onvoldoende veilige bewaring van wapens en munitie. De intrekking werd bevestigd door de Minister van Justitie en de rechtbank Roermond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat volgens de Wet wapens en munitie en de Flora- en faunawet verloven en jachtaktes kunnen worden ingetrokken indien er aanwijzingen zijn dat de houder het bezit van wapens en munitie niet langer kan worden toevertrouwd. Uit een proces-verbaal bleek dat de wapens en munitie van appellant waren opgeslagen in een niet-verankerde houten kast met glas, die eenvoudig kon worden geopend. De munitie lag in een metalen geldkist binnen dezelfde kast, waardoor deze niet als een afzonderlijke bergplaats kon worden beschouwd.
Appellant stelde dat de kast degelijk was en dat de munitie apart was opgeborgen, maar dit werd niet aannemelijk geacht. De Raad van State vond dat het belang van de veiligheid in de samenleving zwaarder weegt dan het individuele belang van appellant bij het uitoefenen van jacht en schietsport. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van het verlof en de jachtakte bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van het verlof en de jachtakte wordt bevestigd wegens onvoldoende veilige bewaring van wapens en munitie.