Uitspraak
200103186/1omdat het besluit naar het oordeel van de Afdeling een deugdelijke motivering ontbeerde.
200304639/1wederom vernietigd wegens een motiveringsgebrek.
Raad van State
De gemeenteraad van Wester-Koggenland stelde op 12 oktober 2000 het bestemmingsplan 'Windmolenparken Wester-Koggenland 1999' vast. De provincie Noord-Holland keurde dit plan op 3 augustus 2004 goed, waarna belanghebbenden beroep instelden en een verzoek om voorlopige voorziening indienden.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 17 december 2004, waarbij verzoekers niet verschenen. Het verzoek betrof schorsing van het deel van het besluit dat de bestemming 'Agrarische doeleinden, tevens windmolenpark' bij Oudendijk goedkeurde. Verzoekers voerden aan dat de windmolens een onevenredige aanslag op landschap en leefomgeving vormen en dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is.
De Voorzitter stelde vast dat eerdere besluiten over dit plandeel door de Afdeling bestuursrechtspraak waren vernietigd wegens motiveringsgebreken. Het bestreden besluit ging in op deze eerdere omissies en bevatte een uitgebreide motivering over landschappelijke aspecten, natuurwaarden, geluidbelasting en beleidskaders.
De Voorzitter vond de motivering voldoende en oordeelde dat het plan binnen het provinciaal windenergiebeleid past. De bezwaren over natuurwaarden en woonconcentraties overtuigden niet. Gezien deze overwegingen wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan windmolenpark Oudendijk wordt afgewezen.