ECLI:NL:RVS:2005:AR8738
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang verwijdering voertuig wegens parkeren voor in-/uitrit
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 23 oktober 2002 bestuursdwang toegepast door het voertuig van appellante te verwijderen omdat dit geparkeerd stond voor een in-/uitrit. Appellante maakte bezwaar tegen deze maatregel, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Amsterdam ongegrond werd verklaard.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verwijdering onterecht was omdat de in-/uitrit nog gebruikt kon worden en dat haar echtgenoot als getuige had moeten worden gehoord. De Raad van State oordeelde dat op basis van het besluit, foto's en toelichting aannemelijk was dat de in-/uitrit door het voertuig niet of moeilijk gebruikt kon worden, waardoor verwijdering noodzakelijk was voor het belang van de verkeersvrijheid.
Verder stelde de Raad van State vast dat de rechtbank terecht had afgezien van het horen van de echtgenoot als getuige, omdat niet was aangegeven welke bijdrage deze zou leveren. Gezien het algemeen belang bij handhaving en het ontbreken van bijzondere omstandigheden was het college bevoegd en verplicht tot handhavend optreden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de verwijdering van het voertuig bevestigd.