ECLI:NL:RVS:2004:AR8014
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.M. van Angeren
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzage advies landsadvocaat op grond van Wet openbaarheid van bestuur
Het college van gedeputeerde staten van Limburg weigerde op 11 maart 2003 een verzoek tot inzage in een advies van de landsadvocaat van 14 juni 2002, gericht aan het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en vervolgens door de rechtbank Roermond bij uitspraak van 18 februari 2004.
Appellant stelde onder meer dat de rechtbank Maastricht onjuist had gehandeld door het geschil over de geheimhouding van het advies over te dragen aan de rechtbank Roermond. De Raad van State oordeelde dat dit niet onjuist was omdat het niet verstrekken van informatie het onderwerp van het geschil vormde en beperking van kennisneming gerechtvaardigd was.
De Raad bevestigde dat het college het verzoek terecht had geweigerd op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur, waarin is bepaald dat geen informatie wordt verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad. Het betoog van appellant dat op grond van artikel 25 van Pro de Provinciewet geen geheimhoudingsplicht zou gelden, werd verworpen.
Verder faalden de overige bezwaren van appellant, waaronder de stelling over antidatering van stukken en verklaringen van de gemachtigde van het college. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Roermond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van inzage in het advies van de landsadvocaat op grond van artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur.