ECLI:NL:RVS:2004:AR8011
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningen mechanische kokkelvisserij Waddenzee wegens strijd met Habitatrichtlijn
Bij besluiten van 1 juli 1999 en 7 juli 2000 verleende de Staatssecretaris vergunningen aan de Producentenorganisatie voor mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee. Appellanten, natuurbeschermingsorganisaties, stelden beroep in tegen deze besluiten. De Raad van State schortte de behandeling op en vroeg het Europese Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de toepassing van artikel 6 lid 3 van Pro de Habitatrichtlijn.
Het Hof oordeelde dat mechanische kokkelvisserij een 'plan of project' is in de zin van artikel 6 lid Pro 3, waarvoor een passende beoordeling van de gevolgen voor het beschermde gebied vereist is. De vergunningverlening zonder een dergelijke beoordeling was onjuist. De Raad van State concludeert dat de Staatssecretaris ten onrechte aan artikel 6 lid 2 van Pro de Habitatrichtlijn heeft getoetst in plaats van lid 3.
Gezien de onduidelijkheid over de ecologische gevolgen van de kokkelvisserij en het ontbreken van wetenschappelijke zekerheid dat er geen schadelijke effecten zijn, had geen vergunning mogen worden verleend. De bestreden besluiten worden daarom vernietigd. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De vergunningen voor mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee worden vernietigd wegens strijd met artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn.