ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7702
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- A.J. Jansen
- R.P. den Otter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing kokkelverzaaiproef in Westerschelde
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om ontheffing te verlenen voor een kokkelverzaaiproef in de Westerschelde. Verzoeksters, waaronder Vogelbescherming Nederland en andere natuurbeschermingsorganisaties, betoogden dat het besluit onvoldoende rekening houdt met negatieve effecten op vogels zoals scholeksters en kanoetstrandlopers en het bodemleven.
De voorzieningenrechter overwoog dat het besluit een passende beoordeling bevatte op grond van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Hoewel sommige recente rapporten niet waren betrokken, waren deze ofwel na het besluit verschenen of nog niet wetenschappelijk voldoende onderbouwd. De proef richt zich op het uitdunnen en verzaaien van kokkels, wat volgens het onderzoek geen significante negatieve effecten heeft op het kokkelbestand of de voedselvoorziening voor vogels.
Er is geen zekerheid over de gevolgen voor het bodemleven, maar dit punt zal in de bezwaarprocedure nader worden behandeld. Gezien de belangenafweging, het wetenschappelijk karakter van de proef en het feit dat de proef buiten het broedseizoen plaatsvindt, zag de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor de kokkelverzaaiproef wordt afgewezen.