Uitspraak
200303711/1(AB 2004/225) ziet hij onvoldoende overeenkomsten om tot een andersluidend oordeel te komen.
Raad van State
De gemeenteraad van Renkum stelde op 17 december 2003 het bestemmingsplan 'Doorwerth, Tussen de Lanen' vast, dat herontwikkeling van een woonwijk mogelijk maakt door sloop en nieuwbouw. Verzoekers richtten zich tegen de goedkeuring van delen van het plan, met name het mogelijk maken van een appartementengebouw aan de Patrijzenlaan, en verzochten om schorsing.
Zij voerden formele bezwaren aan over het ontbreken van stukken inzake economische haalbaarheid bij het ontwerpplan en stelden dat het plan in strijd is met artikel 6a WRO vanwege afwijkingen van het voorontwerp zonder inspraak. Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen vermeende staatssteun en verkeerskundige bezwaren.
De Voorzitter oordeelde dat de formele bezwaren niet ontvankelijk zijn omdat deze niet als zienswijze waren ingebracht. De vermeende schending van inspraakregels en staatssteun werden voorshands verworpen. Ook werd geoordeeld dat de verkeersbelasting op de Patrijzenlaan redelijk is berekend en dat alternatieven voor het appartementengebouw geen grond vormen voor schorsing.
Gezien deze overwegingen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is afgewezen.