Uitspraak
200302148/1, heeft de Afdeling het beroep van appellant tegen het besluit van 14 januari 2003 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd.
Raad van State
Bij besluit van 19 februari 2002 verleende gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen ontheffing van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater voor 642 percelen tot 1 januari 2005. Na bezwaar en beroep werd het besluit van 14 januari 2003, waarin de ontheffing werd geweigerd, vernietigd. Vervolgens verklaarde gedeputeerde staten het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit ongegrond, waarna het college van burgemeester en wethouders beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de ontheffing rechtmatig was verleend en dat alleen gedeputeerde staten bevoegd zijn om een gemeente te ontslaan van haar zorgplicht zoals bedoeld in artikel 10.33 van de Wet milieubeheer. Het standpunt van appellant dat de zorgplicht alleen geldt indien inzameling en transport doelmatig zijn, en dat hij daarom geen nieuw verzoek om ontheffing hoefde in te dienen, werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwaterverwijdering onder de bevoegdheid van gedeputeerde staten valt en dat het college van burgemeester en wethouders niet zelfstandig kan bepalen dat riolering niet doelmatig is in een bepaald gebied.
Uitkomst: Het beroep van het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen tegen het besluit van gedeputeerde staten is ongegrond verklaard.