ECLI:NL:RVS:2004:AR7065
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bezwaar bouwvergunning funderingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rhenen verleende op 15 september 1999 een bouwvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een woning en het bouwen van een schuur. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke gevolgen voor de fundering van zijn woning. Na schorsing van de vergunning keurde het college op 25 februari 2000 een funderingsplan goed, waartegen appellant bezwaar maakte.
Vervolgens diende de vergunninghouder een nieuw funderingsplan in, het injectieplan, dat door appellant werd geaccepteerd en waarmee het bezwaar werd ingetrokken. Het college trok daarop de eerdere goedkeuring van het funderingsplan in. Het college verklaarde het bezwaar tegen de goedkeuring van het funderingsplan niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van de Awb betrof.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en appellant heeft geen belang bij verdere beoordeling omdat het eerdere besluit is ingetrokken en het nieuwe plan is geaccepteerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.