ECLI:NL:RVS:2004:AR5536
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake heroverweging verblijfsvergunning vreemdeling
De vreemdeling verzocht de minister op 21 mei 2003 om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning alsnog nader te bekijken. De rechtbank oordeelde dat deze brief meer inhield dan een verzoek tot heroverweging van het eerdere afwijzende besluit, maar de Raad van State stelde vast dat dit niet het geval was. De brief kon niet worden aangemerkt als een nieuwe aanvraag op grond van de discretionaire bevoegdheid van de minister.
De minister had op 25 juni 2003 de vreemdeling meegedeeld dat hij uitgeprocedeerd was en Nederland moest verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de minister op 5 december 2003 reageerde met een afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van 5 december 2003, maar de minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat het bezwaarschrift tegen het besluit van 25 juni 2003 als beroepschrift had moeten worden behandeld door de rechtbank, omdat tegen dat besluit geen bezwaar openstond. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 5 december 2003 gegrond, terwijl het beroep tegen het besluit van 25 juni 2003 ongegrond werd verklaard. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere beoordeling konden leiden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 5 december 2003 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, terwijl het beroep tegen het besluit van 25 juni 2003 ongegrond wordt verklaard.