Uitspraak
200205596/1), de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 100, derde lid, van de Woningwet, gericht op onmiddellijke beëindiging van de bouwwerkzaamheden, teneinde, in afwachting van een beslissing over mogelijke nadere handhavingsmaatregelen, verdere strijd met wettelijke voorschriften te voorkomen. De vraag of voor het bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend is niet van belang voor de rechtmatigheid van een besluit als hier in geding.