ECLI:NL:RVS:2004:AR3361
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep inzake verstrekking fiscale inlichtingen aan België
Appellante werd door de Staatssecretaris van Financiën geïnformeerd dat op 16 maart 2001 fiscale inlichtingen waren verstrekt aan de Belgische autoriteiten, gebaseerd op een afspraak vastgelegd in een brief van 30 november 2000 tussen de Belastingdienst en haar vertegenwoordiger Ebben.
Appellante betwistte niet de juistheid van de verstrekte verklaringen, maar wilde een uitspraak over de rechtmatigheid van de informatieverstrekking. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een direct belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel, stellende dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de inlichtingenverstrekking schade heeft geleden of zal lijden. Het aangevoerde risico van mogelijke nadelige fiscale besluiten in België jegens erfgenamen is onvoldoende om ontvankelijkheid te rechtvaardigen.
De Afdeling ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 februari 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda bevestigd wegens gebrek aan belang.