Uitspraak
200203213/1, door de Afdeling ongegrond zijn verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem stelde op 7 oktober 2003 het uitwerkingsplan 'Mariastichting' vast, dat de bouw van kantoren, ten minste 380 woningen en een ondergrondse parkeergarage mogelijk maakt. Verweerder keurde dit plan op 9 december 2003 goed. Diverse appellanten, waaronder Stichting De Hoeksteen en Stichting Landschap Architectuur en Stedenbouw, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State oordeelde dat appellanten sub 2 niet als belanghebbende konden worden aangemerkt vanwege de afstand van hun woning tot het plangebied, waardoor hun beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De overige appellanten voerden formele en materiële bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een hoorzitting, de keuze voor een uitwerkingsplan in plaats van een regulier bestemmingsplan, en bezwaren tegen de bescherming van cultuurhistorische bebouwing en de bouwhoogte.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat er geen wettelijke hoorplicht bestond en dat de procedure zorgvuldig was gevolgd. De cultuurhistorische waarde van de bebouwing was beperkt en het belang van woningbouw woog zwaarder. De bouwhoogte was conform het bestemmingsplan en bezwaren daartegen konden in eerdere procedures worden ingebracht. Het plan werd als passend binnen de regels en goede ruimtelijke ordening beoordeeld. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 oktober 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellanten sub 2 is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van Stichting De Hoeksteen en Stichting Landschap Architectuur en Stedenbouw zijn ongegrond verklaard.