ECLI:NL:RVS:2004:AQ8698
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning woonzorgcomplex
Het college van burgemeester en wethouders van Zederik heeft op 27 mei 2002 een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woonzorgcomplex op een perceel in de gemeente Zederik. Na bezwaar en hernieuwde besluiten is het bouwplan bevestigd. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht heeft het beroep op 3 mei 2004 ongegrond verklaard. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 19 augustus 2004. Verzoekers zijn niet verschenen, terwijl het college en vergunninghouder wel aanwezig waren.
De Voorzitter overweegt dat besluiten in beginsel uitvoerbaar zijn, ook als daartegen beroep is ingesteld, zeker wanneer de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep ongegrond heeft verklaard. Er zijn geen aanwijzingen dat de vergunning in de bodemprocedure zal worden vernietigd. Het bouwplan past binnen het bestemmingsplan en eventuele geringe overschrijding van de maximale bouwhoogte kan worden vrijgesteld.
Gelet op deze belangenafweging is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor het woonzorgcomplex wordt afgewezen.