ECLI:NL:RVS:2004:AO8878
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- F.P. Zwart
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwvergunning bedrijfswoning wegens onbevoegdheid college
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout een bouwaanvraag ingediend voor het oprichten van een bedrijfswoning ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf. Het college hield de aanvraag aanvankelijk aan en trok later het aanhoudingsbesluit in, maar weigerde vervolgens de gevraagde vrijstelling en bouwvergunning te verlenen. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college niet bevoegd was om over de vrijstelling te beslissen, omdat deze bevoegdheid niet aan het college was gedelegeerd door de gemeenteraad. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit en oordeelde dat het college ten onrechte toepassing gaf aan artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Breda. Tevens veroordeelde zij het college in de proceskosten en gelastte zij vergoeding van het griffierecht aan appellant. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank eveneens.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.