ECLI:NL:RVS:2004:AO8848
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huursubsidie wegens ontbreken hoofdverblijf op subsidieadres
De zaak betreft het hoger beroep van de Minister van Volkshuisvesting tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het beroep van [wederpartij] gegrond verklaarde tegen besluiten waarin de huursubsidie voor de jaren 1997-2000 op nihil was gesteld en teruggevorderd, met een boete. De kern van het geschil is of [wederpartij] gedurende de subsidiejaren haar hoofdverblijf had op het subsidieadres.
De rechtbank oordeelde dat ondanks veelvuldig verblijf elders, onvoldoende was aangetoond dat [wederpartij] haar hoofdverblijf had opgegeven, mede vanwege mantelzorg aan derden. De Minister stelde dat het feitelijk verblijf elders langer dan een jaar was en dat dit niet viel onder het beleid dat tijdelijk verblijf elders toestaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit op bezwaar van 9 april 2002 onbevoegd was genomen vanwege een ongeldige regeling ondermandaat, en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Inhoudelijk stelde de Afdeling vast dat [wederpartij] vanaf januari 1998 tot februari 2000 haar hoofdverblijf niet op het subsidieadres had, gelet op verklaringen, observaties en een extreem laag energieverbruik.
Omdat het feitelijk verblijf elders langer dan een jaar duurde, was geen sprake van een bijzonder geval dat het subsidieadres als hoofdverblijf rechtvaardigt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 9 april 2002, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.