ECLI:NL:RBMAA:2003:AF6278
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering huursubsidie wegens onvoldoende bewijs gemeenschappelijke huishouding
Eiseres ontving huursubsidie voor de woning aan een adres te [woonplaats] over de periode juli 1997 tot juli 2000. Verweerder stelde op basis van observaties en verklaringen dat eiseres vanaf 1 januari 1998 tot 1 januari 2000 haar hoofdverblijf elders had, namelijk bij haar partner te [plaats], en vorderde de teveel betaalde huursubsidie terug met een boete.
Eiseres betwistte dit en voerde aan dat zij door mantelzorg voor haar partner en moeder regelmatig elders verbleef, maar haar hoofdverblijf niet had opgegeven. Zij ondersteunde dit met verklaringen van omwonenden, gebruik van lokale diensten en telefoonverkeer. De Sociale Recherche had geen huisbezoek gedaan en het energieverbruik was laag maar niet onverklaarbaar.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens onvoldoende waren om te concluderen dat eiseres haar hoofdverblijf had verplaatst. Het verblijf elders was te verklaren door mantelzorg en het feit dat zij haar hoofdverblijf niet wilde opgeven. Het bestreden besluit was daarom in strijd met de Awb en werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van huursubsidie wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat eiseres haar hoofdverblijf had verplaatst.