ECLI:NL:RVS:2004:AO7977
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen gebruik perceel als grasland in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft appellant gelast het gebruik van een perceel als grasland/weiland te beëindigen en de erfafscheiding te verwijderen, onder oplegging van dwangsommen. Het bestemmingsplan “De Zuidelijke Eng” bestempelt het perceel als agrarisch met bestemming akkerbouw, waarbij gebruik als grasland niet is toegestaan.
Appellant gebruikte het perceel als grasland en weidde er paarden, wat in strijd is met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het overgangsrecht is niet van toepassing omdat het gebruik op de peildatum van het bestemmingsplan in overeenstemming was met de bestemming.
Verder oordeelt de Raad dat er geen sprake is van een bijzonder geval dat handhavend optreden zou moeten verhinderen, zoals een concreet zicht op legalisatie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere nieuwe argumenten in hoger beroep worden niet ontvankelijk verklaard vanwege strijd met de goede procesorde.
De Raad ziet geen aanleiding voor een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af, bevestigend het eerdere oordeel dat het college bevoegd was tot handhaving.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.