ECLI:NL:RVS:2004:AO7125
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing parkeervergunning tweede vergunning in Deventer bevestigd
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Deventer om een tweede parkeervergunning, welke werd afgewezen op grond van het gemeentelijk beleid vanwege schaarste aan parkeerruimte en een bestaande wachtlijst. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gevraagde vergunningperiode was verstreken en appellante geen schade had geleden.
De Raad van State oordeelde dat appellante wel belang had bij een inhoudelijke beoordeling, omdat de uitkomst van invloed kan zijn op toekomstige aanvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en behandelde het beroep inhoudelijk.
De Raad bevestigde dat het college het beleid omtrent vergunningverlening in redelijkheid heeft vastgesteld, met duidelijke criteria en een overgangsregeling voor bestaande vergunninghouders. De weigering van de tweede vergunning was daarmee terecht en het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de tweede parkeervergunning bevestigd.