ECLI:NL:RVS:2004:AO7099
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap wegens schending mandaatregeling
De Staatssecretaris van Justitie wees op 16 oktober 2001 het verzoek van de vreemdeling om het Nederlanderschap te verkrijgen af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 23 mei 2002 ongegrond werd verklaard door dezelfde persoon die het oorspronkelijke besluit had genomen. De rechtbank Arnhem verklaarde dit bezwaar gegrond en vernietigde het besluit.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het besluit op bezwaar in strijd was met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat mandaat tot het beslissen op bezwaar niet mag worden verleend aan degene die het oorspronkelijke besluit heeft genomen.
De Afdeling vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als het bestreden besluit van 23 mei 2002. Verzoeken om toepassing van artikel 6:22 Awb Pro werden afgewezen omdat de schending geen vormvoorschrift betrof. De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het Nederlanderschap wordt vernietigd wegens schending van de mandaatregeling en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.