ECLI:NL:RVS:2004:AO6120
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit dakkapel in strijd met bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bussum heeft appellanten aangeschreven om een dakkapel te verwijderen of in overeenstemming te brengen met een verleende bouwvergunning, omdat deze was gebouwd in afwijking van die vergunning. Appellanten maakten bezwaar en stelden onder meer dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat er persoonlijke belangen waren die handhaving zouden moeten voorkomen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was tot handhaving op grond van de Woningwet omdat de dakkapel zonder vergunning was gebouwd. Het advies van de welstandscommissie, waarop het college het handhavingsbesluit baseerde, was niet onredelijk en er ontbrak een deskundig tegenadvies. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat vergelijkbare gevallen niet werden gehandhaafd of dat deze gevallen onder het strengere handhavingsbeleid vielen.
Ook het persoonlijke belang van appellanten om op zolder twee slaapkamers te creëren werd niet als bijzondere omstandigheid aangemerkt die handhaving zou kunnen verhinderen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tegen de illegale dakkapel wordt bevestigd.