ECLI:NL:RVS:2004:AO5237
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade reeën aan leliebloemen wegens ontbreken tijdige preventieve maatregelen
Appellanten verzochten het Jachtfonds om een tegemoetkoming voor schade die reeën in 2001 aan hun leliebloemen hadden veroorzaakt. Het Jachtfonds wees dit verzoek af, waarna appellanten bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het Jachtfonds op grond van de Jachtwet alleen tegemoetkoming verleent indien schade niet redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden door maatregelen waar jachthouders of grondgebruikers toe verplicht zijn. De Raad oordeelde dat de schade aan de leliebloemen voorzienbaar was, mede omdat het gebied bosrijk is en reeën voorkomen, en dat appellanten ondanks de mond- en klauwzeer-crisis die jacht verbood, rekening hadden moeten houden met wildschade.
Verder stelde de Raad vast dat appellanten pas na het constateren van de schade preventieve maatregelen hadden getroffen, zoals knalapparaten en afrasteringen, terwijl van hen verwacht mocht worden dat zij tijdig een effectief reeënkerend raster hadden aangebracht vanwege de kapitaalintensieve aard van de teelt. Hierdoor behoorde de schade tot het normale ondernemersrisico. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.