ECLI:NL:RVS:2004:AO2405
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- J.R. Schaafsma
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor windturbinepark nabij Delfzijl niet in strijd met natuurbeschermingswet en habitatrichtlijn
Bij besluit van 21 januari 2003 verleende de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een vergunning aan een consortium voor het oprichten en exploiteren van een windturbinepark met 34 turbines nabij Delfzijl. Stichting Windhoek stelde bezwaar en beroep in tegen deze vergunning, stellende dat de vergunning in strijd was met rechtszekerheid, natuurbeschermingswetgeving en Europese richtlijnen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat Stichting Windhoek als belanghebbende kon worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens de vergunningverlening, waarbij onder meer werd ingegaan op de aard en omvang van het windpark, de afstand tot beschermde natuurgebieden zoals de Waddenzee en de Dollard, en de toepassing van de Natuurbeschermingswet en de Habitatrichtlijn.
Uit de bestudeerde rapportages van onderzoeksbureau Alterra bleek dat het windturbinepark geen significante negatieve effecten zou hebben op de vogelpopulaties en natuurwaarden van de speciale beschermingszones. Ook de geluidbelasting en landschappelijke effecten werden als niet onaanvaardbaar beoordeeld. Daarnaast werd geoordeeld dat de vergunning voldoende duidelijkheid bood over het aantal en type turbines en dat de vergunning in lijn was met het geldende beleid en internationale afspraken over duurzame energie.
De Afdeling verwierp de bezwaren van Stichting Windhoek over cumulatieve effecten, rechtszekerheid, nut en noodzaak, en de toepassing van de Habitatrichtlijn. De vergunning werd aldus in stand gelaten en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het windturbinepark bij Delfzijl wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.