ECLI:NL:RVS:2003:AO0324
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- A.J. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging omgevingsvergunning inzake stof- en fijnstofvoorschriften
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep van de Vereniging Milieu Belangen tegen het besluit van 21 januari 2003 van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland. Dit besluit betrof een omgevingsvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting, waarbij milieuvoorschriften waren verbonden.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had voldaan aan de eerdere uitspraak van 21 augustus 2002, waarin bepaalde voorschriften waren vernietigd. Met name de voorschriften ter voorkoming van stofhinder voldeden niet aan de Nederlandse Emissie Richtlijnen (NeR). Zo ontbraken bepalingen over het afschermen van onverharde wegen en het staken van werkzaamheden bij visueel waarneembare stofverspreiding. Ook waren er geen adequate voorschriften met betrekking tot fijn stof, terwijl het college niet had onderzocht of de bijdrage aan fijnstofconcentraties binnen de grenswaarden van het Besluit luchtkwaliteit viel.
De Afdeling stelde dat het college onvoldoende kennis had vergaard over de fijnstofbijdrage en dat het bestreden besluit daarom in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht. Andere bezwaren, zoals het ontbreken van een automatische registratie van stofbestrijdingsmaatregelen, werden verworpen. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd. Het college werd opgedragen binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van 21 januari 2003 wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende voorschriften tegen stof- en fijnstofhinder en het college moet binnen 13 weken een nieuw besluit nemen.