ECLI:NL:RVS:2003:AO0317
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking erkenning APK-keuringsplaats wegens onvoldoende motivering en onevenredigheid
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) trok op 17 januari 2003 de erkenning van appellant voor het uitvoeren van APK-keuringen definitief in vanwege het niet beschikbaar zijn van een voertuig voor steekproefsgewijze herkeuring. Appellant maakte bezwaar, dat door de RDW ongegrond werd verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de RDW bij het opleggen van de sanctie onvoldoende rekening had gehouden met de invoering van een nieuw computersysteem waar appellant nog niet vertrouwd mee was, en dat de sanctie daarom onevenredig was. Tevens was de beslissing op bezwaar onvoldoende gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de RDW, en gelastte de RDW een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daarnaast veroordeelde de RDW tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de erkenning wordt vernietigd en de RDW dient een nieuwe beslissing te nemen.