ECLI:NL:RVS:2003:AN9209
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuringsbesluit bestemmingsplan Westerdokseiland wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsplicht
De gemeenteraad van Amsterdam stelde op 14 november 2001 het bestemmingsplan Westerdokseiland vast, dat door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland op 25 juni 2002 werd goedgekeurd. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit goedkeuringsbesluit bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de provincie terecht het plan had goedgekeurd ondanks enkele procedurele bezwaren, zoals overschrijding van termijnen en vermeende onvolledige inspraak, omdat deze geen grond boden voor vernietiging. Ook werd geoordeeld dat het plan voldoende ruimte bood voor ligplaatsen voor woonboten en dat de toegestane bouwhoogten en functies niet in strijd waren met een goede ruimtelijke ordening.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het besluit ten aanzien van het plandeel “de kop” van het IJ in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat het plan omvangrijke en gesloten bebouwing toestond zonder voldoende rekening te houden met zichtlijnen en stedenbouwkundige belangen. Daarnaast was het besluit over de bestemming “Water” met aanduiding “voormalige spoorbrug” onvoldoende gemotiveerd. Daarom werden deze onderdelen van het besluit vernietigd. De overige beroepen werden ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd toegekend aan appellanten sub 5.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Westerdokseiland wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende motivering.