ECLI:NL:RVS:2003:AN7864
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving milieuvergunning wegens onjuiste toepassing artikel 20.8 Wm
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het besluit van 1 september 1999 tot verlening van een milieuvergunning in werking was getreden, gelet op artikel 20.8 van de Wet milieubeheer. Appellante sub 1 stelde dat dit niet het geval was vanwege het ontbreken van bouwvergunningen, terwijl appellante sub 2 betoogde dat de vergunning wel in werking was omdat de bouwwerken reeds bestonden en onder overgangsrecht vielen.
De Afdeling oordeelt dat artikel 20.8 Wet milieubeheer niet van toepassing is op vergunningen voor inrichtingen in reeds bestaande gebouwen zonder bouwvergunningplichtige wijzigingen. De revisievergunning van 1 september 1999 trad derhalve volledig in werking. Omdat de inrichting van appellante sub 2 conform deze vergunning werd geëxploiteerd, was het college van gedeputeerde staten niet bevoegd tot het opleggen van handhavingsmaatregelen.
Daarom worden het bestreden besluit van 26 november 2002 en het eerdere besluit van 10 mei 1999 vernietigd en herroepen. Het verzoek van appellante sub 1 tot handhaving wordt afgewezen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 2.
Uitkomst: Het beroep van appellante sub 2 wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het verzoek tot handhaving afgewezen.