ECLI:NL:RVS:2003:AJ3342
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Arbowet door middelgroot bedrijf
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellante op 14 mei 2001 een boete van ƒ 17.000,00 (€ 7.714,26) op wegens overtreding van artikel 16, negende lid, van de Arbowet, in samenhang met bepalingen uit het Arbobesluit. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze boete, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden het beroep ongegrond.
De rechtbank oordeelde terecht dat de Staatssecretaris een kennelijke verschrijving in het primaire besluit had hersteld en dat het niet noodzakelijk was dit in het dictum van de beslissing op bezwaar te vermelden. Verder werd het betoog van appellante dat de verklaringen van werknemers onbetrouwbaar zouden zijn verworpen, omdat deze verklaringen consistent waren en de inspecteur van de Arbeidsinspectie ter plaatse zijn bevindingen bevestigde.
Appellante voerde ook aan ten onrechte als groot bedrijf te zijn aangemerkt, maar de Staatssecretaris had de boete vastgesteld op basis van de Beleidsregels Arbeidsomstandighedenwetgeving en de feitelijke omvang van het bedrijf (ongeveer 65 werknemers) meegewogen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van € 7.714,26 wordt bevestigd.