ECLI:NL:RVS:2003:AI1440
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onevenredigheid nadelige gevolgen besluit verlegging leidingen Nuon
Appellant, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, heeft Nuon N.V. aangeschreven om op eigen kosten leidingen te verwijderen of te verleggen langs de N247 bij Monnickendam. Nuon maakte bezwaar tegen deze aanschrijving, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van Nuon gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar wegens onvoldoende motivering en strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep betoogde appellant dat het beleid om verleggingen zonder vergoeding te laten plaatsvinden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, een juiste invulling is van artikel 3:4 Awb Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat dit beleid slechts een onderdeel is van de belangenafweging die vereist is volgens artikel 3:4 Awb Pro. Appellant heeft nagelaten de specifieke omstandigheden van het geval, zoals de duur van ligging van de kabels, de voorzienbaarheid van verlegging en de kosten, adequaat mee te wegen.
Daarom is het besluit op bezwaar onvoldoende gemotiveerd en in strijd met de Awb. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt appellant tot vergoeding van proceskosten aan Nuon. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd wegens onvoldoende motivering.