ECLI:NL:RVS:2003:AI0784
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid voor rijbewijs bij medische ongeschiktheid
Appellant verzocht om vernieuwing van zijn rijbewijs, maar het CBR weigerde een verklaring van geschiktheid af te geven vanwege de aanwezigheid van een aterioveneuze malformatie (AVM), een medische aandoening met risico op hersenbloedingen. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de bijbehorende ministeriële regelingen, waaronder de Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, strikte eisen gelden voor lichamelijke en geestelijke geschiktheid. Paragraaf 7.6.1 van de regeling sluit het afgeven van een verklaring uit bij aneurysmata en andere hersenvataanomalieën met risico op hersenbloedingen, tenzij een operatie heeft plaatsgevonden.
Appellant voerde aan dat paragraaf 7.6.2 onder A een afwijkingsmogelijkheid bood, maar de Raad oordeelde dat deze niet van toepassing was omdat de AVM niet was geopereerd. Ook de mogelijkheid tot een verklaring voor een beperkte duur werd uitgesloten. Het argument van appellant dat de kans op een hersenbloeding gering is, leidde niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het CBR om een verklaring van geschiktheid af te geven wordt bevestigd.