ECLI:NL:RVS:2003:AF9806
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning op verzoek vergunninghouder en toetsing nieuwe aanvraag aan nieuwe WRO
Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen verleende op verzoek van de vergunninghouder een bouwvergunning en vrijstelling voor de bouw van twee woontorens. Deze vergunning werd later op verzoek van dezelfde vergunninghouder ingetrokken. De vergunninghouder diende vervolgens een nieuwe aanvraag in voor een vrijwel identiek bouwplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat artikel 59 van Pro de Woningwet niet verhindert dat een verleende bouwvergunning op verzoek van de vergunninghouder wordt ingetrokken. Het college moest de nieuwe aanvraag toetsen aan het nieuwe artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), waarbij het in de jurisprudentie ontwikkelde urgentievereiste onder het oude artikel 19 niet Pro langer geldt.
Verder oordeelt de Afdeling dat appellante sub 1 geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit en haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden. Het hoger beroep van appellante sub 1 wordt gegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
De Afdeling bevestigt dat het project in strijd is met het bestemmingsplan maar dat de ruimtelijke onderbouwing voldoende is. Ook is geen sprake van onevenredige belangenafweging ten nadele van appellant sub 2. Tot slot veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 1.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante sub 1 wordt gegrond verklaard en bezwaar niet-ontvankelijk, het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.